088 - 200 8800 Open/sluit menu

In gesprek met Richard Krajicek

Wat drijft succesvolle mensen? Waardoor weten zij zich te onderscheiden? Wat maakt dat zij in staat zijn te excelleren en het verschil weten te maken? Op zoek naar antwoorden op deze vragen gaat Erik Van Gend in gesprek met mensen die het volledige potentieel uit zichzelf weten te halen. Een unieke en boeiende serie gesprekken waarbij Erik elke keer weer een ander onderwerp of thema aansnijdt. Deze keer gaat hij in gesprek met voormalig-proftennisser Richard Krajicek en huidig directeur van het ABN AMRO tennistoernooi.

“Als je investeert in jezelf komt er altijd meer voor terug,
in welke vorm dan ook.”

Bij het maken van deze serie gesprekken had ik een aantal mensen op mijn verlanglijstje staan. Richard Krajicek stond prominent op deze lijst. Ik leerde Richard enige jaren geleden kennen. Nederlands grootste tennisser heeft een imposante staat van dienst opgebouwd, maar wat mij vooral trof was de man achter de tennisser. Een man met een enorm doorzettingsvermogen die wanneer hij ergens voor gaat met minder dan 100% geen genoegen lijkt te nemen. Maar ook, een uiterst integere man die in eerste instantie ietwat afwachtend contact maakt, maar eenmaal in gesprek ontwapenend open kan zijn. Zo ook in ons gesprek. Ik ontmoet Richard voor een lunch in het pittoreske Muiderberg.

Je schrijft in je boek “De 19 beste Tennissers Aller-Tijden” dat je als vierjarig broekie voor de tv zat en Björn Borg Wimbledon zag winnen. Vanaf die tijd droomde je al om zelf ooit die felbegeerde beker te winnen. Uiteindelijk sta je twintig jaar later zelf in de finale, wat ging er door je heen aan de vooravond van de finale?

Ik voelde een enorme druk… Voor mijn gevoel stond ik op dat moment verre van mijn droom. Ik realiseerde me dat dit de grootste kans was om de titel te winnen. Het was mijn eerste Wimbledon-finale. Tegelijkertijd was ik ook enigszins bang om te verliezen. Ik was in alle opzichten de favoriet; mijn tegenspeler was niet geplaatst; ik stond hoger in ranking en speelde beter op een grasondergrond.

Ik kan me voorstellen dat die opgelegde “favorietenrol” ook een enorme druk met zich meebracht?

Ik wist dat het niet halen van de titel mij nog lang zou achtervolgen. Maar het allerergste zou zijn als ik er niet voor was gegaan. Natuurlijk was ik voor deze finale extra gespannen, maar ik heb mijzelf aangeleerd dat ik de echte spanning pas ongeveer drie kwartier tot een half uur voor een wedstrijd toelaat. Tot die tijd zat ik in de spelerslounge, praatte wat met mijn coach en mijn vrouw Daphne (Daphne Deckers, redactie). In de uren voorafgaand aan de wedstrijd probeerde ik vooral niet aan de wedstrijd te denken. Je zorgt ervoor dat je materialen in orde zijn en voor de rest probeerde ik vooral in het nu te blijven en de druk van de wedstrijd te relativeren.

Als kind droomde je al van Wimbledon. Had je toen al de ambitie om proftenniser te worden?

Mijn vader was heel fanatiek met tennissen. Op mijn tiende was ik Nederlands kampioen bij de jeugd tot en met 12 jaar. Ik was al op jonge leeftijd een van de betere spelers in Nederland. Tot een jaar of 14, 15. Toen ging het ineens beduidend minder. Mijn ouders lagen in een scheiding. Mijn manier van spelen moest ik veranderen, van meer verdedigend naar aanvallend. Maar ik wilde altijd proftennisser worden.

Wanneer besloot je: “Ik word proftenniser”?

Rond mijn 16e ben ik van school afgegaan. Ik zou in dat jaar van 4- naar 5-VWO gaan. Ik had toen het gevoel; als ik deze keuze nu niet maak krijg ik daar later veel spijt van. Ik gaf mijzelf vier jaar. Als ik binnen die vier jaar niet in staat zou zijn een succesvolle proftennisser te worden was ik teruggegaan naar school.

Je vertelde mij ooit in een eerder gesprek dat je op je 19e jaar opnieuw voor een cruciale keuze stond? Met je laatste geld heb je toen een ticket gekocht naar Melbourne om de Australian Open te spelen?

Ja, ik heb toen met het laatste geld op mijn bankrekening een ticket gekocht, 1ste klasse notabene. Het jaar daarvoor had ik tourist class gevlogen en kwam toen helemaal brak aan. Ik wilde dit keer per se goed uigerust aankomen. Ik wilde kunnen liggen en slapen. Ik heb om die reden met mijn laatste geld een 1ste klasse ticket gekocht. Uiteindelijk haalde ik toen de halve finale van het Australian Open. Ik verdiende toen weer voldoende geld om te kunnen leven en te investeren in mijn toekomst.

Was dit in zekere zin een ommekeer in je tenniscarrière?

Ik leerde toen van Ted Troost dat je altijd in jezelf moet investeren. Als je investeert in jezelf komt er altijd meer terug, in welke vorm dan ook. Ik hoefde geen nieuwe auto, maar investeerde in een goede coach, ruime vliegtuigstoelen, goede hotels en goed eten. Iets wat ik voorheen niet altijd gedaan had. Ik herinner mij mijn eerste proftoernooi in Israel waar ik vier kilo was afgevallen omdat ik nauwelijks geld had en probeerde te besparen op mijn eten.

Je schrijft in je boek dat tennissen een eenzaam beroep is, waarbij je veel op jezelf wordt teruggeworpen? “Je staat alleen op de baan; er is niemand om je achter te verschuilen”. Hoe ben je hier mee omgegaan?

Het is vooral eenzaam geweest toen ik aan het revalideren was. Ik herinner mij dat ik in 1992 voor een periode van vijf maanden moest revalideren, waarvan drie maanden op Papendal. Het was toen winter en ik zat daar vijf dagen in de week. Vooral ’s avonds was ik veelal alleen. Ik vond dat een zware periode, maar realiseerde mij ook dat je jezelf daar doorheen moet zetten en dat ik daar sterker uit zou komen.

Nergens word je karakter zo blootgelegd als op het center court, schrijf je. Welk karaktertrekken hebben wij volgens jou kunnen zien gedurende je tenniscarrière?

Dat ik over het algemeen niet een overdreven teamspeler ben geweest en dat ik dit ook niet perse wilde zijn. Ik had het af en toe ook echt nodig om alleen te zijn. Mijn coach (Rohan Goetzke, redactie) noemde mij soms “the hermit”, de kluizenaar, maar ik denk ook dat ik iemand ben die graag en goed met een doel kan werken. En dat als ik iets wil ik daar ook alles voor geef.

Hoever ging je opoffering voor het bereiken van je doel?

Dat ging wel ver. Mijn vakanties bijvoorbeeld waren vooral periodes waarin ik mijzelf probeerde te verbeteren en te versterken ter voorkoming van blessures. Echt vrij nemen was voor mij geen optie, wanneer ik een periode niets deed kreeg ik enorm veel last van mijn gewrichten. Ik ging bijvoorbeeld twee keer per jaar op vakantie naar Oostenrijk. Ik had slechte knieën en had geleerd dat langlaufen goed zou zijn voor mijn knieën. Tijdens mijn vakantie was ik ’s ochtends aan het langlaufen en ’s middags fietsen, hardlopen of deed ik krachttraining. Dat waren mijn vakanties; toen ik Daphne leerde kennen zijn wij uiteindelijk een keer naar Australië en een keer naar Indonesië op vakantie geweest, maar over het algemeen waren mijn vakanties trainingsweken.

Hoe ontspande je in die tijd, kon je ook afstand nemen van het tennis?

Moeilijk, ik weet nog dat ik begin 1996, het jaar dat ik Wimbledon won, op en top getraind aan het Australian Open begon. In de tweede ronde kreeg ik last van mijn rug. Ik kreeg hier mentaal een enorme dreun van. Ik deed voor mijn gevoel alles wat in mijn mogelijkheden lag om optimaal fit te zijn. Door die blessure werd ik enkele maanden teruggeworpen en ging ik door een moeilijke periode. Ergens denk ik ook dat die periode een vorm van ontspanning bracht. Ik heb in die periode daarna bijvoorbeeld de finale in Rome gehaald, de kwartfinale in Parijs en won enkele weken later Wimbledon en vervolgens stond ik in de finale in Los Angeles.

Je hebt wel eens verteld dat je lijf niet echt gemaakt is voor topsport?

Ik heb een groot en sterk lijf, wat in veel opzichten een voordeel was. Ik kon hard serveren, kon mijn lengte goed gebruiken aan het net, was voor mijn lengte relatief snel, maar het nadeel was dat mijn lijf gevoeliger was voor blessures. Een bijkomstigheid is dat ik tot mijn 16e geen groente at. Ik at aardappels, rijst, vlees en vis, maar kreeg hierdoor waarschijnlijk niet de benodigde bouwstoffen binnen. Het merendeel van mijn carrière kon ik goed omgaan met mijn blessures. In 2003 merkte ik echter, na het zoveelste blessureleed, dit keer aan mijn elleboog, dat ik niet meer de motivatie in mijzelf kon vinden om te vechten. Op dat moment realiseerde ik mij ook dat het over was. Als je niet meer kan vechten, houd het op. Uiteindelijk eindigde mijn professionele tenniscarrière in de voorbereiding naar mijn favoriete toernooi Wimbledon. Op het tennistoernooi in Rosmalen kondigde ik mijn definitieve afscheid aan.

“Als je niet meer kan vechten, houd het op.”

Heeft die enorme drang naar perfectie je bij tijd en wijlen ook verkrampt?

Ik denk dat ik bovengemiddeld last heb gehad van wat ze noemen wedstrijdspanning. Wel heb ik een manier gevonden om daarmee om te gaan. Ik heb tenslotte 26 finales gespeeld waarvan 17 gewonnen, wat op zich een prima trackrecord is. Maar de wedstrijdspanning, de angst om te verliezen en de wil om te winnen heeft het voor mij altijd zwaar gemaakt. Indirect heeft dit ook zijn werking gehad om mijn lichaam. Ik keek soms naar Pete Sampras of Michael Stich die zo op het oog veel meer ontspannen tennisten. Ik stond soms drie uur op de baan met een enorme spanning, maar door de adrenaline hield ik het vol. Indirect is het natuurlijk een zware belasting voor mijn lichaam.

Je vertelde mij eens dat je vliegangst hebt. Hoe ben je daarmee omgegaan?

Vliegen vond ik zwaar zo af en toe. Ik heb wel eens momenten gehad dat ik net in het vliegtuig zat en dacht voordat wij opstegen; ik wil uitstappen. Tegelijkertijd realiseerde ik mij ook dat als ik daar aan toegaf dat dat ook het einde van mijn tenniscarrière betekende.

Je schrijft in je boek dat de 19 toptennissers twee dingen met elkaar gemeen hebben: “de wil om te winnen en de liefde voor het spel”. Tegelijkertijd lees ik ook de tol die het bedrijven van topsport met zich meebrengt. Björn Borg’s vermeende zelfmoordpoging en diverse echtscheidingen. John McEnroe’s drugsgebruik waaronder cocaïne en anabolen steroïde. André Agassi’s drugsgebruik waaronder Crystal Meth…

Tja, blijkbaar hebben deze tennissers een uitlaatklep nodig gehad. Wat ik zelf opvallend vond is dat zogenoemde saaie pieten hun zaken goed voor elkaar hadden en dat de tennissers die werden omschreven als karakters, tja toch min of meer ook leefde als karakters. Uiteindelijk is het merendeel van de tennissers goed terecht gekomen.

Heb je het gevoel dat je het beste uit je tenniscarrière hebt gehaald?

Ja en nee, ik merkte op mijn 25ste dat ik een volwassen houding had ten aanzien van mijn profcarrière. Ik zou willen dat ik deze houding ook al had gehad op mijn 18de. Misschien is het de bagage geweest vanuit mijn jeugd en heb ik een proces moeten doorlopen om daar te komen. Ik weet het niet, achteraf gezien had ik een grotere winst kunnen behalen door op mijn 18de al deze focus en houding te hebben gehad. Maar al met al kan ik tevreden terugkijken op mijn tenniscarrière. Ik heb daarbij ook veel te danken gehad aan mijn tenniscoach Rohan Goetzke. Hij heeft mij niet alleen begeleid op tennisgebied, maar heeft mij ook een beter mens gemaakt. Ik had vanuit mijn achtergrond ook een heel ander mens kunnen worden. Ik ben blij en dankbaar voor wie ik nu ben.

“Ik ben blij en dankbaar voor wie ik nu ben.”

Met pensioen en toch nog een heel leven voor je…

Tja, tennissers maar vooral de pers benoemen het graag als het zwarte gat. Ik noem het ook wel het pensioensyndroom. In mijn ogen bestaat er niet zoiets als een zwart gat en als het al bestaat is dit niet uniek voor sporters. Vraag het aan een willekeurige persoon waarvan de partner met pensioen is gegaan; of ze zijn nooit meer te genieten of ze zijn de eerste zes maanden niet te genieten, omdat ze simpelweg niet weten wat ze moeten doen. Als tennisser kom je dit punt ergens tussen je dertigste en vijfendertigste tegen. Je staat midden in het leven, leeftijdsgenoten zijn druk bezig carrière te maken. Het belangrijkste is volgens mij focus blijven houden. Je kunt niet altijd bezig zijn met wat hierna komt. Toevallig las ik vanmiddag een quote van Thich Nhat Hanh in het tijdschrift Oprah “Mensen offeren het heden op voor de toekomst, maar het leven is alleen maar beschikbaar in het heden”. Ik vond die uitspraak zo typerend. Waarom zou je nù bezig zijn met je toekomst?

Gerelateerde trainingen

Persoonlijk Profileren

Persoonlijk Profileren

Volgende startdatum: 26 september
Locatie: 28 locaties
Aantal dagen: 2
Deelnameprijs: € 995,-
Lees meer

Mindfulness & Vitaliteit binnen Organisaties

Mindfulness & Vitaliteit binnen Organisaties

Volgende startdatum: 7 november
Locatie: 18 locaties
Aantal dagen: 2
Deelnameprijs: € 995,-
Lees meer

Prestatie Optimalisatie

Prestatie Optimalisatie

Volgende startdatum: 27 september
Locaties: Amsterdam, Baarn, Utrecht
Aantal dagen: 2
Deelnameprijs: € 995,-
Lees meer

Persoonlijk Leiderschap in 4 maanden

Persoonlijk Leiderschap in 4 maanden

Volgende startdatum: 5 oktober
Locatie: 28 locaties
Aantal dagen: 4
Deelnameprijs: € 1.795,-
Lees meer